ECLI:NL:HR:2020:1674
Hoge Raad
- Prejudiciële beslissing
- M.E. van Hilten
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële beslissing over teruggaaf dividendbelasting aan niet-ingezeten beleggingsfondsen
De zaak betreft prejudiciële vragen van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant aan de Hoge Raad over de teruggaaf van dividendbelasting aan het in Duitsland gevestigde Köln-Aktienfonds Deka. Belanghebbende verzocht teruggaaf van ingehouden dividendbelasting over meerdere boekjaren, maar de Inspecteur wees deze verzoeken af. De Rechtbank legde prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad om duidelijkheid te verkrijgen over de toepassing van het Nederlandse fiscale regime op niet-ingezeten beleggingsfondsen in het licht van het EU-recht.
De Hoge Raad kwam terug op een eerdere beslissing uit 2015 en oordeelde dat een niet-ingezeten beleggingsfonds in beginsel vergelijkbaar kan zijn met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling (fbi), mits het voldoet aan de aandeelhouderseisen en de dooruitdelingseis. Het arrest Fidelity Funds van het Hof van Justitie van de EU speelde een centrale rol in de beoordeling, waarbij werd vastgesteld dat het Nederlandse systeem niet discrimineert indien niet-ingezeten fondsen een vervangende betaling doen die gelijk is aan de belasting die een Nederlandse fbi moet inhouden.
De Hoge Raad beantwoordde dat de belemmering van het vrije verkeer van kapitaal door het niet verlenen van teruggaaf aan niet-ingezeten fondsen niet gerechtvaardigd kan worden door het feit dat deze fondsen niet inhoudingsplichtig zijn. Tevens werd vastgesteld dat de vervangende betaling naar Nederlandse maatstaven moet worden berekend en dat de belastingrechter bij geschillen over de hoogte van deze betaling een rol heeft. Verder werd verduidelijkt dat de aandeelhouderseisen en dooruitdelingseis zonder onderscheid van toepassing zijn op ingezeten en niet-ingezeten fondsen, waarbij voor de periode 2002-2007 een versoepeling geldt ten gunste van niet-ingezeten fondsen.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt dat niet-ingezeten beleggingsfondsen onder voorwaarden recht hebben op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting, mits zij een vervangende betaling doen en aan aandeelhouderseisen voldoen.