Eiseres heeft een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om documenten over recreatieve kamerverhuur in woningen binnen de gemeente Veere over de periode 2004 tot 1 maart 2019 openbaar te maken. Het college heeft slechts 26 documenten verstrekt en geweigerd persoonsgegevens van medewerkers openbaar te maken.
Eiseres betoogde dat het college niet zorgvuldig had gezocht en dat er meer documenten aanwezig moesten zijn gezien het aantal woningen dat recreatief verhuurd zou worden. De rechtbank oordeelde dat het college als bestuursorgaan zorgvuldig had gezocht en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er meer documenten aanwezig zijn.
De beroepsgrond over het niet openbaar maken van persoonsgegevens is door eiseres ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.