ECLI:NL:RBZWB:2021:4420
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag NOW-4 subsidie wegens nul-aangifte in juni 2020 bevestigd
Eiseres, exploitant van een skateschool, diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming in loonkosten op grond van de NOW-4. De minister wees deze af omdat in juni 2020 geen loonkosten waren betaald, gebaseerd op de gegevens bekend op 26 augustus 2020. Eiseres maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De kern van het geschil betrof de toepasselijkheid van de loonsom in juni 2020 als peildatum voor de subsidie. Eiseres stelde dat de minister ten onrechte niet naar de loonsom van april 2020 had gekeken, aangezien in juni 2020 geen loonkosten waren betaald. De rechtbank oordeelde dat de wetgever bewust juni 2020 als peildatum heeft gekozen en dat afwijking daarvan alleen mogelijk is als er geen loongegevens over juni 2020 beschikbaar zijn. Een nul-aangifte in juni 2020 betekent dat er wel loongegevens zijn, zodat de minister terecht niet naar april 2020 kon uitwijken.
De rechtbank voerde een exceptieve toets uit op het algemeen verbindend voorschrift NOW-4 en concludeerde dat de regeling zorgvuldig en met motivering tot stand is gekomen, waarbij de belangenafweging politiek-bestuurlijk is gemaakt. Er is geen ruimte voor maatwerk of afwijking van de peildatum op grond van hardheidsclausules of bijzondere omstandigheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar NOW-4 subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.