Eiseres, voormalig administratief medewerkster, vroeg om een herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid en toekenning van een WIA-uitkering per 25 september 2019. Zij stelde dat haar fysieke en psychische klachten, waaronder PTSS en fibromyalgie, waren toegenomen. Het UWV wees dit verzoek af op basis van medische rapportages van verzekeringsartsen die geen nieuwe objectieve beperkingen constateerden sinds de vaststelling in 2016.
De rechtbank overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts b&b de beperkingen uit 2016 handhaafde. De deskundigenrapportage van eiseres, die PTSS en een urenbeperking aannam, werd met voorzichtigheid beoordeeld vanwege aanwijzingen voor het aanzetten van klachten en het ontbreken van een behandelplan.
De rechtbank hechtte meer waarde aan het oordeel van de verzekeringsarts b&b, die concludeerde dat de klachten niet objectief waren verslechterd en dat er geen reden was voor extra beperkingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd.