ECLI:NL:CRVB:2019:811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit over beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als magazijnmedewerker, meldde zich ziek met rugklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellant met beperkingen nog 100% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het recht op ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen medische grondslag was voor de door appellant gestelde ernst van pijnklachten en psychische beperkingen. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat zijn klachten waren toegenomen, maar overgelegde medische gegevens betroffen een latere periode dan de datum van beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.