Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
2.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over het jaar 2011. Hij stelde dat op grond van het Unierecht recht bestaat op teruggaaf omdat hij vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi). De rechtbank heeft de zaak aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Na verzoek om nadere motivering en het verlenen van uitstel heeft belanghebbende geen aanvullende argumenten aangeleverd. De rechtbank overweegt dat op grond van het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 voor boekjaren vanaf 1 januari 2008 het regime van de afdrachtvermindering geldt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor tegemoetkoming op grond van de afdrachtvermindering.
Daarom is het verzoek tot teruggaaf van dividendbelasting terecht afgewezen en bestaat er geen recht op rentevergoeding over de ingehouden dividendbelasting. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot teruggaaf van dividendbelasting wordt afgewezen.