ECLI:NL:RBZWB:2021:4721
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor woningopbouw wegens strijd met bestemmingsplan en goede ruimtelijke ordening
Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een opbouw op een bestaande aanbouw van zijn woning, waardoor de diepte van het hoofdgebouw zou toenemen van maximaal 12 meter naar circa 17,8 meter. Het college van burgemeester en wethouders van Breda weigerde deze vergunning omdat de uitbreiding zou leiden tot ongewenste wandvorming en inbreuk op de openheid van het achtertuinenmilieu, wat strijdig is met het bestemmingsplan en een goede ruimtelijke ordening.
Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering, maar dit werd ongegrond verklaard. Hij voerde onder meer aan dat het college onzorgvuldig en willekeurig had gehandeld en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat een vergelijkbare vergunning aan een ander adres was verleend. Het college stelde dat die vergunning ten onrechte was verleend op basis van onjuiste meetgegevens.
De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid de vergunning mocht weigeren en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat het college een gemaakte fout bij de andere vergunning niet hoeft te herhalen. Ook was het college niet onzorgvuldig geweest in de voorbereiding van het besluit. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.