ECLI:NL:RVS:2019:82
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omgevingsvergunning voor dichtbouwen carport in strijd met goede ruimtelijke ordening
Appellant heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om een carport op zijn perceel in Rotterdam dicht te bouwen tot garage. Het college weigerde de vergunning omdat het bouwplan in strijd zou zijn met het bestemmingsplan, met name vanwege een dieptemaat van minder dan 4,70 meter en het bouwen op gronden met verblijfsbestemming. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college in redelijkheid kon besluiten geen afwijking van het bestemmingsplan toe te staan.
Appellant stelde dat de garage een diepte van meer dan 5 meter heeft en dat hij de garage uitsluitend voor het parkeren van zijn bedrijfsbus gebruikt, wat geen extra parkeerdruk veroorzaakt. Tevens stelde hij dat het college het gelijkheidsbeginsel onterecht verwierp, verwijzend naar vergelijkbare gevallen in de buurt. De Afdeling constateerde dat de garage weliswaar gedeeltelijk op verblijfsbestemming ligt, maar dat de totale diepte ruimschoots voldoet aan de door het college vermoedelijk bedoelde ratio van 4,70 meter.
De Afdeling stelde vast dat het college bij zijn besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met de nuance in het bestemmingsplan die afwijking mogelijk maakt bij kleinere dieptematen en dat het parkeerbeleid in de plantoelichting niet volledig overeenkomt met het vastgestelde plan. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het niet van zijn bevoegdheid tot afwijking gebruik maakte. Daarom is het besluit van het college niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen waarbij de overwegingen uit deze uitspraak in acht worden genomen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het beroep van appellant gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van het parkeerbeleid.