ECLI:NL:RBZWB:2021:4769
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaarschriften inkomstenbelasting jaren 2015-2019
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor de jaren 2015, 2018 en 2019 aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslagen, maar de inspecteur heeft niet tijdig op deze bezwaren beslist. De rechtbank heeft de beroepen tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard en de inspecteur opgedragen binnen twee weken alsnog uitspraak op bezwaar te doen.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur inmiddels de maximale dwangsom van €5.768 verschuldigd is wegens de overschrijding van de beslistermijn. Tevens werd bepaald dat de inspecteur een dwangsom van €100 per dag verbeurt bij verdere overschrijding, met een maximum van €15.000. Het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de redelijke beslistermijn niet was overschreden.
Verder werd de inspecteur opgedragen het door belanghebbende betaalde griffierecht van €49 te vergoeden en werd bepaald dat wettelijke rente verschuldigd is indien de dwangsom en het griffierecht niet binnen vier weken na uitspraak worden betaald. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 24 september 2021.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, legt een dwangsom op en wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.