Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een autohandelaar die gebruikmaakt van de handelaarsregeling, kreeg een naheffingsaanslag en verzuimboete opgelegd omdat een auto uit haar bedrijfsvoorraad zonder geldig handelaarskenteken op de openbare weg werd geconstateerd. De constatering vond plaats op 24 april 2020 via elektronische camerabeelden. Belanghebbende betwistte onder meer de rechtmatigheid van de camerabeelden, het tijdstip van constatering en de hoogte van de aanslag en boete.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van de camerabeelden door de inspecteur wettelijk is toegestaan en dat het feit dat de bestuurder niet herkenbaar was geen privacy-schending oplevert. Het exacte tijdstip van constatering was niet relevant, aangezien de auto op de controledatum zonder geldig kenteken op de openbare weg aanwezig was. De naheffingsaanslag over twaalf maanden is conform de wet en jurisprudentie terecht opgelegd.
Ook de verzuimboete werd gehandhaafd. Belanghebbende had geen omstandigheden gesteld die afwezigheid van schuld aannemelijk maakten en het beroep op het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel werd verworpen. Hoewel de inspecteur onzorgvuldig was in het niet bieden van een redelijke reactietermijn op het hoorverslag, was belanghebbende hierdoor niet benadeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard.