Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De inspecteur legde op 9 november 2018 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2015 op aan belanghebbende, met een beschikking belastingrente. Belanghebbende maakte bezwaar en wenste gehoord te worden, maar stelde de hoorzitting uit vanwege een lopende klachtenprocedure over ICT-problemen bij de Belastingdienst. Ondanks herhaalde herinneringen reageerde belanghebbende niet op de uitnodiging voor een hoorzitting.
De inspecteur deed op 10 mei 2020 uitspraak op bezwaar zonder belanghebbende te horen. Belanghebbende stelde dat hierdoor zijn hoorrecht was geschonden en verzocht om terugwijzing naar de inspecteur. De rechtbank oordeelde dat het enkele niet reageren op de uitnodiging niet betekent dat afstand is gedaan van het hoorrecht. De inspecteur had belanghebbende alsnog de mogelijkheid moeten bieden om gehoord te worden.
De rechtbank vernietigde daarom de uitspraak op bezwaar en wees de zaak terug naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing na het correct in acht nemen van het hoorrecht. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tevens tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens schending van het hoorrecht en de zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur.