Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 23 augustus 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg betreffende de verlening van omgevingsvergunningen aan derde partij voor het wijzigen van het gebruik en het verbouwen van een winkelpand met bovenwoning tot zes starterswoningen.
Verzoeker exploiteert een horecagelegenheid nabij het pand en voert aan dat de vergunningen in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening, onder meer vanwege de nabijheid van woningen tot zijn bedrijf, de milieucategorie-indeling, het gelijkheidsbeginsel en de parkeernormen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de horecagelegenheid terecht is ingedeeld in milieucategorie 1, waardoor de afstand tot de nieuwe woningen toelaatbaar is. Daarnaast is het feitelijk gebruik van de bedrijfswoning relevant voor geluidsnormen, en deze worden niet overschreden. De verwijzing naar het kinderdagverblijf wordt niet als beroepsgrond aanvaard. Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat de startnotitie geen wettelijke verplichting is en de gemeenteraad feitelijk op de hoogte was.
Ten aanzien van parkeren is het oordeel van het college gebaseerd op een recent beleidskader en een parkeeronderzoek uit 2015 dat voldoende restcapaciteit in de openbare ruimte vaststelt. Een nieuw onderzoek in coronatijd zou geen representatief beeld geven. De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunningen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.