Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 14 oktober 2021 sprak de rechtbank Zeeland-West-Brabant verdachte vrij van het medeplegen van uitlokking van diefstal met geweld met dodelijke afloop. De zaak betrof een ernstig geweldsincident in een woning waar een oogstrijpe hennepkwekerij was gevestigd en waarbij het slachtoffer overleed.
De officier van justitie stelde dat verdachte samen met medeverdachte en een derde persoon de woning had bezocht en contact had met de hoofddader, wat duidde op medeplegen van uitlokking. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was voor wetenschap of medeplichtigheid van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte aanwezig was bij voorbereidingen en meerdere keren contact had met de hoofddader, er geen overtuigend bewijs was dat zij op de hoogte was van de hennepkwekerij of dat zij uitlokkings- of medeplichtigheidshandelingen had verricht. De verklaringen die dit zouden ondersteunen waren onvoldoende onderbouwd door objectief bewijs.
Daarom werd verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en betrokkenheid bij uitlokking van diefstal met geweld met dodelijke afloop.