Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor kamerbewoning van 19 personen op de percelen [naam straat] 4 en 6a te [plaatsnaam]. Het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk weigerde deze vergunning omdat het gebruik in strijd was met de beheersverordening 'Woonwijken (incl. kamerbewoning)' en de beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten. Eiser verwees naar een verleende vergunning voor kamerbewoning op het nabijgelegen perceel [naam straat] 5, maar de rechtbank oordeelde dat op dat perceel een andere beheersverordening van toepassing is, waardoor analoge toepassing niet mogelijk is.
De rechtbank stelde vast dat de kamerbewoning op de percelen 4 en 6a niet voldoet aan de 4e wijziging van de beleidsregels, die onder meer een afstandseis van 100 meter tot bestaande huisvesting van dezelfde categorie voorschrijft. Omdat op het perceel 5 reeds huisvesting van categorie 2 aanwezig is, mocht het college de vergunning weigeren. Eiser kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die een afwijking van deze beleidsregels rechtvaardigen. De rechtbank verwierp ook het beroep op de 'toverformule' omdat zinvol gebruik van het perceel overeenkomstig het bestemmingsplan nog mogelijk is.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dat het college de aanvraag terecht heeft getoetst aan de geldende beleidsregels en dat het vertrouwen van eiser in een gunstige vergunning voor kamerbewoning op 4 en 6a voor zijn risico blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.