ECLI:NL:RVS:2018:3710
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdige omgevingsvergunning voor verplaatsing woning in strijd met bestemmingsplan
Appellant diende een aanvraag in voor het verplaatsen van een woning naar een naastgelegen gebouw op een agrarisch perceel in Vorden. Het project betrof het verplaatsen van een wooneenheid van zijn dochter naar een schuur, waarmee een tweede bedrijfswoning zou ontstaan. Dit is in strijd met het geldende bestemmingsplan dat slechts één dienstwoning toestaat binnen het agrarisch bouwperceel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het college niet tijdig had beslist, maar de vergunning niet van rechtswege was verleend vanwege de toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Appellant stelde in hoger beroep dat de reguliere procedure van toepassing was en dat de vergunning derhalve van rechtswege verleend moest worden.
De Afdeling overwoog dat de vraag welke procedure van toepassing is exclusief door de Wabo wordt bepaald en dat het project niet binnen de reikwijdte van de reguliere afwijkingsbevoegdheid valt. De aanvraag kon daarom niet met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1°, worden verleend. Ook het beroep op de 'toverformule' faalde omdat appellant niet had aangetoond dat zinvol gebruik van de schuur overeenkomstig het bestemmingsplan niet mogelijk was.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.