ECLI:NL:RBZWB:2021:5368
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toereikendheid en rechtmatigheid van uurtarief pgb huishoudelijke ondersteuning
Eiseres, een 67-jarige vrouw met mobiliteitsbeperkingen, kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur huishoudelijke ondersteuning toegekend in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). In geschil stond of het college het uurtarief van €12,50 voor de periode van 2 augustus 2020 tot en met 1 mei 2025 correct had vastgesteld en of het toegekende pgb toereikend was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende procesbelang had, ondanks dat haar dochter als zorgverlener akkoord was gegaan met het tarief in een zorgovereenkomst. De rekenwijze van het college om het tarief vast te stellen was niet volledig conform de gemeentelijke verordening, maar het gehanteerde tarief lag boven het wettelijke minimumloon, wat binnen de normen viel. Jurisprudentie aangehaald door eiseres was niet toepasbaar op haar situatie.
De rechtbank benadrukte de ruime beleidsvrijheid van het college bij de uitvoering van de Wmo 2015, waarbij het gehanteerde tarief passend werd geacht omdat het een redelijke vergoeding is voor ondersteuning uit het sociale netwerk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college mocht het uurtarief van €12,50 vaststellen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het vastgestelde uurtarief van €12,50 voor huishoudelijke ondersteuning wordt ongegrond verklaard.