ECLI:NL:CRVB:2021:1739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitbreiding maatwerkvoorziening ondersteuning thuis wegens niet meewerken aan huisbezoek
Betrokkene, geboren in 1924 en overleden in 2020, ontving een maatwerkvoorziening voor ondersteuning thuis in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) voor zware huishoudelijke taken. Zij vroeg uitbreiding van de ondersteuning met een extra uur per week voor wasverzorging. Het college weigerde deze uitbreiding omdat betrokkene niet meewerkte aan een noodzakelijk huisbezoek om haar situatie adequaat te beoordelen.
Betrokkene gaf aan het huisbezoek niet te kunnen bijwonen vanwege haar gezondheid en wilde uitsluitend schriftelijk communiceren. Het college stelde dat zonder huisbezoek de beoordeling niet zorgvuldig kon plaatsvinden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het college heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht en betrokkene niet aan haar medewerkingsplicht voldeed.
Daarnaast is het uurtarief van €18,50 voor het sociale netwerk, waaronder de zoon van betrokkene valt, juist vastgesteld. Betrokkene stelde dat dit discriminerend is en dat het uurtarief voor professionals had moeten gelden, maar de Raad wijst dit af. De Raad bevestigt dat het onderscheid in tarieven wettelijk is toegestaan en passend is binnen de Wmo 2015 en de gemeentelijke verordening. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de uitbreiding van de maatwerkvoorziening en het gehanteerde uurtarief voor het sociale netwerk.