ECLI:NL:RBZWB:2021:6025
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking, terugvordering en afwijzing bijstandsuitkering
Verzoekster ontving tot 1 juli 2021 een bijstandsuitkering, die het college introk wegens het niet melden van een groot contant geldbedrag dat bij een politieonderzoek in haar woning werd aangetroffen. Het college vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug en wees een nieuwe aanvraag af vanwege weigering van een huisbezoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het geld niet tot haar vermogen behoorde. Ook was er voldoende reden voor het huisbezoek, omdat het vermoeden bestond dat verzoekster een gezamenlijke huishouding voerde. De medische redenen voor weigering van het huisbezoek waren niet zwaarwegend genoeg.
Het beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht werd afgewezen, maar verzoekster werd toch ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht alsnog was voldaan. De rechtbank concludeerde dat het college terecht heeft gehandeld en wees de voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de rechtmatigheid van de intrekking, terugvordering en afwijzing van de bijstandsuitkering.