ECLI:NL:RBZWB:2021:6091
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening toeslag en oplegging boete wegens niet-naleving informatieplicht
Eiseres ontvangt sinds 2009 een WIA-uitkering en sinds 2014 een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Het UWV stelde vast dat haar echtgenoot mede-eigenaar was van een V.O.F. vanaf 3 augustus 2015, wat eiseres niet had gemeld. Hierdoor heeft zij ten onrechte toeslag ontvangen over de periode 1 januari 2016 tot en met 26 oktober 2019, waarvoor het UWV een bedrag van €21.730,17 terugvordert.
Eiseres betwist de herziening en terugvordering, stellende dat het UWV niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar echtgenoot inkomsten uit de V.O.F. genoot. De rechtbank oordeelt dat het UWV aan haar bewijslast heeft voldaan en dat eiseres de mededelingsplicht heeft geschonden. De rechtbank wijst erop dat de toeslagverlenende instantie de relevante feiten moet verzamelen en dat de inlichtingenplicht niet geldt voor feiten die het UWV zelf kan vaststellen.
Daarnaast heeft het UWV een boete van €5.400,- opgelegd wegens schending van de informatieplicht. Eiseres betwist de boete en verzoekt om verlaging wegens geringe verwijtbaarheid en financiële omstandigheden. De rechtbank oordeelt dat het UWV ook aan de zwaardere bewijslast voor het opleggen van een boete heeft voldaan en dat er geen sprake is van verminderde verwijtbaarheid. De financiële omstandigheden zijn onvoldoende onderbouwd om de boete te verlagen.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het herzieningsbesluit I niet-ontvankelijk en de beroepen tegen het boetebesluit en het gewijzigde herzieningsbesluit ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen tegen het boetebesluit en het herzieningsbesluit worden ongegrond verklaard, en het beroep tegen het eerste herzieningsbesluit niet-ontvankelijk.