ECLI:NL:CRVB:2019:3710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde toeslag wegens ontbreken dringende redenen
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen het besluit van het UWV tot terugvordering van een te veel betaalde toeslag over de periode van 1 februari 2014 tot en met 30 april 2016. Het UWV had de toeslag herzien en het bedrag van €3.892,88 teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat het UWV terecht tot terugvordering was overgegaan, omdat geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische situatie, waaronder pijnklachten en een verergerde depressie, aanleiding zou moeten zijn om van terugvordering af te zien.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat dringende redenen slechts kunnen bestaan indien de terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen heeft, hetgeen incidentele en uitzonderlijke gevallen betreft. De medische informatie van de huisarts bood onvoldoende grond om te concluderen dat er sprake was van dergelijke onaanvaardbare gevolgen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van te veel betaalde toeslag wordt bevestigd wegens ontbreken van dringende redenen tot kwijtschelding.