Verzoeker, eigenaar van een pand in Waalwijk, verhuurde de bovenverdieping aan vier arbeidsmigranten, wat volgens het college in strijd was met de beheersverordening en zonder benodigde vergunning plaatsvond. Het college legde een last onder dwangsom op en wijzigde deze na bezwaar. Verzoeker stelde dat sprake was van één huishouden en dat de beleidsregels niet van toepassing waren, onder meer vanwege het tijdstip van inwerkingtreding en vermeende strijd met Europese regelgeving.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat het pand niet door één huishouden werd bewoond, maar door meerdere personen zonder duurzame gezamenlijke huishouding. De beleidsregels waren op het moment van verhuur van toepassing en niet in strijd met Europese rechten. Het college hoefde geen onderzoek naar het woon- en leefklimaat te verrichten voorafgaand aan de beleidsregels. Ook was het college niet verplicht om de afwijkingsbevoegdheid toe te passen.
De hoogte van de dwangsom en de termijn werden als redelijk beoordeeld, mede gezien de lange duur van de overtreding en het feit dat verzoeker nieuwe huurovereenkomsten sloot. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.