ECLI:NL:RVS:2024:4374
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving tegen kamergewijze verhuur aan arbeidsmigranten in strijd met bestemmingsplan en beheersverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk legde aan de eigenaar van een bovenwoning in Waalwijk een last onder dwangsom op wegens het kamergewijs verhuren van de woning aan vier arbeidsmigranten die geen gezamenlijke huishouding vormden, in strijd met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de beheersverordening en het bestemmingsplan "Woonwijken".
Na meerdere controles en een bezwaarprocedure handhaafde het college het besluit en legde een dwangsom op. De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond. In hoger beroep betoogde de eigenaar onder meer dat de beleidsregels in strijd waren met het EVRM en EU-verordening, dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, en dat het college onzorgvuldig had gehandeld bij de invordering.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de last terecht was opgelegd op grond van de geldende regels, dat het college geen zicht had op legalisatie, en dat het handhavend optreden niet in strijd was met het EVRM of EU-recht. Ook werd geoordeeld dat het college terecht overging tot invordering van de dwangsom, en dat de bezwaren van de eigenaar onvoldoende waren om daarvan af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de last onder dwangsom en het beroep tegen het invorderingsbesluit worden ongegrond verklaard en de handhaving wordt bevestigd.