Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hoofdstuk 1 Algemene afspraken
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
Is de naheffingsaanslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag vastgesteld?
5.Proceskosten en griffierecht
6.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover het betrekking heeft op het verzoek om vergoeding van immateriële schade;
- verklaart het beroep ongegrond voor het overige;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade van € 266,67;
- veroordeelt de Minister tot vergoeding van immateriële schade voor een bedrag van € 400;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 124,67;
- veroordeelt de Minister in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 124,67;
- gelast dat de inspecteur de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan hem vergoedt, zijnde een bedrag van € 169;
- gelast dat de Minister de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan hem vergoedt, zijnde een bedrag van € 169.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: