Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
- het jaar 2012 (zaaknummer 16/5260);
- het jaar 2013 (zaaknummer 16/5261);
- het jaar 2014 (zaaknummer 16/5262);
- het jaar 2015 (zaaknummer 16/5263).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2012 tot en met 2015. Zij stelde zich op het standpunt dat op grond van het Unierecht recht bestaat op teruggaaf omdat zij vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi).
De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Na uitnodiging tot nadere motivering is geen reactie ontvangen. De rechtbank overweegt dat het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 bepaalt dat voor boekjaren vanaf 1 januari 2008 het regime van de afdrachtvermindering geldt.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn. Daarom bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting en evenmin op rentevergoeding. Ook is onvoldoende onderbouwd dat participanten aanspraak maken op teruggaaf. De beroepen zijn kennelijk ongegrond en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen af en verklaart de verzoeken tot teruggaaf dividendbelasting over 2012-2015 ongegrond.