Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
- het jaar 2012 (zaaknummer 16/5264);
- het jaar 2013 (zaaknummer 16/5265).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, gevestigd in het buitenland, heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar waarin verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2012 en 2013 werden afgewezen. De verzoeken zijn gebaseerd op de stelling dat belanghebbende vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling en daarom recht zou hebben op teruggaaf.
De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Na ontvangst van een verzoek om nadere motivering van het beroep heeft belanghebbende niet gereageerd. De rechtbank oordeelt dat op grond van het overgangsrecht en de recente uitspraak van de Hoge Raad het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering.
Daarom is het beroep ongegrond en bestaat er geen recht op teruggaaf van dividendbelasting of rente. Tevens is onvoldoende onderbouwd dat participanten in het fonds aanspraak maken op teruggaaf. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van teruggaafverzoeken dividendbelasting worden ongegrond verklaard.