Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
- het jaar 2008 (zaaknummer 18/765);
- het jaar 2009 (zaaknummer 18/766);
- het jaar 2010 (zaaknummer 18/767);
- het jaar 2011 (zaaknummer 18/768).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een in Duitsland gevestigde entiteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2008 tot en met 2011. De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Na uitnodiging tot nadere motivering ontbrak reactie van belanghebbende.
De rechtbank oordeelt dat op grond van het overgangsrecht en de jurisprudentie van de Hoge Raad geen recht bestaat op teruggaaf van dividendbelasting voor buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen, omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn en geen aanspraak kunnen maken op de afdrachtvermindering. Dit betekent tevens dat geen recht bestaat op rentevergoeding over de ingehouden dividendbelasting.
De beroepen worden daarom kennelijk ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van verzet binnen zes weken.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de teruggaafverzoeken dividendbelasting worden ongegrond verklaard.