Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
- het jaar 2012 (zaaknummer 18/3933);
- het jaar 2013 (zaaknummer 18/3934);
- het jaar 2014 (zaaknummer 18/3935).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar waarin verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2012, 2013 en 2014 zijn afgewezen. De verzoeken zijn gebaseerd op de stelling dat belanghebbende vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi) en daarom recht zou hebben op teruggaaf.
De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen die door de Hoge Raad beantwoord moeten worden. Belanghebbende is verzocht het beroep nader te motiveren, maar heeft hier geen gevolg aan gegeven. De rechtbank overweegt dat op grond van het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 het regime van afdrachtvermindering van toepassing is voor boekjaren vanaf 1 januari 2008.
De Hoge Raad heeft beslist dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de dividendbelasting. Hierdoor bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting en evenmin op rentevergoeding. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat participanten in het fonds aanspraak kunnen maken op teruggaaf. De beroepen worden daarom kennelijk ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van teruggaafverzoeken dividendbelasting worden ongegrond verklaard.