Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Motivering
- het jaar 2012 (zaaknummer 18/3936);
- het jaar 2013 (zaaknummer 18/3937);
- het jaar 2014 (zaaknummer 18/3938).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2012, 2013 en 2014. De rechtbank heeft de zaken aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Na ontvangst van een verzoek om nadere motivering heeft belanghebbende niet gereageerd.
De rechtbank overweegt dat op grond van het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 het regime van afdrachtvermindering geldt voor teruggaafverzoeken vanaf het boekjaar 2008. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering in Nederland.
Daarom bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting en evenmin op rentevergoeding. Tevens is onvoldoende onderbouwd dat participanten in het fonds aanspraak kunnen maken op teruggaaf. De beroepen worden dan ook kennelijk ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van verzoeken tot teruggaaf dividendbelasting worden ongegrond verklaard.