ECLI:NL:RBZWB:2021:813
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking recht op bijstand wegens schending inlichtingenplicht en vermogen boven vermogensgrens
Eiseres ontving sinds 2013 een bijstandsuitkering. Werkplein ontdekte via een signaal van het Inlichtingenbureau dat eiseres een groot saldo op haar bankrekening had, afkomstig uit een schadevergoeding na een inbraak in haar safeloket. Werkplein vroeg om bankafschriften en aanvullende informatie, maar eiseres gaf niet volledig gehoor aan de inlichtingenplicht.
Werkplein trok daarop het recht op bijstand per 1 juli 2019 in, omdat eiseres vermogen boven de vermogensgrens had en onvoldoende aantoonde dat zij dit vermogen had geschonken. Eiseres stelde dat een groot deel van de bezittingen in het safeloket aan haar dochter toebehoorden en dat zij de contanten aan haar dochter had gegeven, maar kon dit niet met objectief bewijs onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat daardoor niet kon worden vastgesteld of zij recht op bijstand had. De huurovereenkomst en jurisprudentie rechtvaardigen de veronderstelling dat de safeloketgoederen haar vermogen vormden. De stellingen van eiseres en haar dochter waren inconsequent en onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de bijstand. Er was geen proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten op 25 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het recht op bijstand wordt bevestigd.