ECLI:NL:CRVB:2019:340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens schending inlichtingen- en medewerkingsverplichtingen bij huur safeloket
Appellante ontving sinds 1998 met onderbrekingen bijstand op grond van de Participatiewet. Uit onderzoek bleek dat zij een safeloket huurde bij een bank, wat zij niet aan het college had gemeld. Tijdens een gesprek in juni 2015 verklaarde zij het safeloket al 16 à 17 jaar te huren, maar het college kon de inhoud en waarde daarvan niet verifiëren.
Het college stelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door het safeloket niet te melden en de medewerkingsverplichting door het safeloket buiten aanwezigheid van medewerkers te openen. Hierdoor kon het recht op bijstand over de periode vanaf 1998 niet worden vastgesteld en werd de bijstand ingetrokken met terugvordering van ruim €133.000.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd over de inhoud en waarde van het safeloket en dat het openen zonder toezicht een schending van de medewerkingsverplichting was. De intrekking van bijstand was daarmee terecht.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens schending van inlichtingen- en medewerkingsverplichtingen.