ECLI:NL:RBZWB:2021:957
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever leiden tot loonsanctie door UWV
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin een loonsanctie is opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een langdurig zieke werknemer. De werknemer was uitgevallen sinds oktober 2017 en had een beperkte belastbaarheid van 12 uur per week. Hoewel een deskundigenoordeel in april 2019 de re-integratie tot maart 2019 als voldoende beoordeelde, stelde het UWV dat daarna onvoldoende onderzoek is gedaan naar herplaatsingsmogelijkheden binnen het bedrijf en dat het tweede spoor niet is ingezet.
De rechtbank oordeelde dat de werkhervatting niet structureel was omdat de werknemer op basis van boventalligheid werkte, wat niet voldeed aan de eisen van de beleidsregels. Eiseres had onvoldoende inzicht gegeven in mogelijke herplaatsingen en geen inventarisatie van functies binnen het bedrijf overgelegd. Ook was het tweede spoor niet opgestart ondanks dat het onderzoek daarvoor in juni 2019 was afgerond.
De rechtbank stelde vast dat er geen deugdelijke grond was voor het nalaten van verdere re-integratie-inspanningen, ook niet vanwege de latere toekenning van een IVA-uitkering aan de werknemer. Daarom was de loonsanctie terecht opgelegd en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de loonsanctie van het UWV wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.