ECLI:NL:CRVB:2015:1413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- M. Greebe
- J.J.T. van der Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen tweede spoor
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant over een loonsanctie opgelegd door het UWV aan de werkgever (appellante). Het UWV had de loonsanctie opgelegd omdat de re-integratie-inspanningen van appellante in het tweede spoor onvoldoende waren, zonder dat daarvoor een deugdelijke grond bestond.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en het oordeel van het UWV onderschreven. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij nauwelijks gelegenheid had gehad om het tweede spoor te starten en dat belanghebbende door ziekte geen benutbare mogelijkheden zou hebben.
De Raad oordeelde dat op grond van diverse rapporten, waaronder die van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, er wel degelijk benutbare mogelijkheden waren en dat appellante vanaf juni 2011 had moeten starten met het tweede spoor. Het feit dat later een IVA-uitkering werd toegekend, doet hieraan niet af. Het hoger beroep werd verworpen en de loonsanctie bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 april 2015.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweede spoor wordt bevestigd.