Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Procesverloop
3.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van betaalde belasting personenauto’s en motorrijtuigen (BPM) vanwege export van een voertuig. De inspecteur wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een motivering bij het bezwaar. Belanghebbende maakte bezwaar, maar leverde geen motivering aan ondanks herhaalde verzoeken van de inspecteur.
De rechtbank behandelde het beroep tegen de uitspraak op bezwaar. Tijdens de procedure ontstond een wrakingsverzoek tegen de rechter door de voormalig gemachtigde van belanghebbende, dat werd afgewezen. Vanwege onnodig grievend taalgebruik werd de voormalig gemachtigde geweigerd als vertegenwoordiger.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard wegens het ontbreken van motivering, waardoor inhoudelijke beoordeling niet aan de orde was. Het beroep tegen de rentebeschikking werd niet-ontvankelijk verklaard, en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn niet was overschreden. Het griffierecht werd niet in strijd met Unierecht of EVRM geacht.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar BPM wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.