Eiseres, werkzaam als activiteitenbegeleidster, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische en lichamelijke klachten, waaronder MS. Het UWV weigerde de uitkering per 5 juni 2020, wat eiseres betwistte.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen concludeerde dat eiseres beperkingen heeft, maar geen medische noodzaak voor een urenbeperking. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) werd aangepast, maar de rechtbank vond de medische onderbouwing voldoende en achtte de subjectieve klachten onvoldoende voor een verdere aanpassing.
De arbeidsdeskundige van het UWV duidde passende functies die eiseres volgens de vastgestelde FML kan verrichten. De berekende mate van arbeidsongeschiktheid bleef onder de 35%, waardoor recht op WIA-uitkering ontbreekt.
Eiseres stelde dat de hoorplicht was geschonden, maar de rechtbank oordeelde dat het UWV niet verplicht was de gewijzigde FML en functies opnieuw te bespreken omdat geen nieuwe feiten van aanmerkelijk belang waren ontstaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en sprak geen proceskostenveroordeling uit.