ECLI:NL:RBZWB:2022:2570
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar en dwangsomoplegging door gemeente Breda
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda omdat verweerder niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn heeft beslist op haar bezwaar van 14 december 2020 tegen een besluit van 3 november 2020.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak geen nieuwe ingebrekestelling vereist is wanneer een rechter een termijn heeft gesteld voor het nemen van een besluit. Verweerder heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen, waardoor het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog te beslissen op het bezwaar.
Verder wijst de rechtbank het verzoek van eiseres af om een aanvullende dwangsom vast te stellen op grond van afdeling 4.1.3 van de Awb, omdat reeds een maximale dwangsom van € 1.442,- is vastgesteld in de eerdere uitspraak. Wel bepaalt de rechtbank dat verweerder een dwangsom van € 250,- per dag moet betalen voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 37.500,-.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres, waarbij het gewicht van de zaak als licht wordt aangemerkt.
Uitkomst: De rechtbank draagt de gemeente Breda op binnen twee weken alsnog te beslissen op het bezwaar en legt een dwangsom op bij overschrijding.