Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 mei 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam 1] , eiseres
Procesverloop
Feiten en omstandigheden
Omvang geschil
Wettelijk kader
Beoordeling
Conclusie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, werkgever van werkneemster die sinds 2018 arbeidsongeschikt is, maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om de loondoorbetalingsplicht te verlengen tot 30 maart 2021 wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. De rechtbank beoordeelde of het UWV dit besluit terecht heeft genomen.
De rechtbank overwoog dat het UWV aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres onvoldoende inspanningen heeft verricht om werkneemster te re-integreren. Dit is gebaseerd op rapportages van arbeidsdeskundigen die stelden dat eiseres niet voldoende heeft aangetoond waarom passende functies niet zijn aangeboden of geprobeerd, en dat het advies van de bedrijfsarts om werkneemster de mogelijkheid te geven eigen werk in nachtdienst te hervatten niet is opgevolgd.
Daarnaast was er sprake van een arbeidsconflict tussen eiseres en werkneemster, wat de re-integratie bemoeilijkte. De rechtbank concludeerde dat het besluit van het UWV deugdelijk is gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verlenging van de loondoorbetalingsplicht is ongegrond verklaard.