Belanghebbende was eigenaar van een woning die in 2009 werd verkocht tijdens zijn faillissement. Hij stelde aftrek van hypotheekrente op een restschuld te kunnen toepassen voor het jaar 2018, gebaseerd op informatie van de Belastingdienstwebsite en verificatievergaderingen in 2012 en 2015.
De inspecteur weigerde de aftrek omdat de woning vóór de wettelijke periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017 was verkocht, waardoor de regeling niet van toepassing was. Belanghebbende voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel en stelde dat de algemene bestuursrechter bevoegd was vanwege een vermeende AVG-schending.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is voor het belastingrechtelijke deel en dat de algemene bestuursrechter de AVG-klacht moet behandelen. De rechtbank stelde vast dat de inspecteur zorgvuldig handelde en dat de wettelijke regeling duidelijk is: de aftrek geldt alleen voor woningen verkocht binnen de genoemde periode.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de situatie van belanghebbende afweek van de algemene informatie en hij redelijkerwijs niet mocht vertrouwen op de website. Ook de belastingrente werd bevestigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag bleef in stand.