ECLI:NL:RBZWB:2022:3235
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuurlijke boete wegens schending inlichtingenplicht Participatiewet
Eiser ontving bijstand op grond van de Participatiewet, maar deze werd ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht. Orionis legde een boete op van €5.533,00, die na bezwaar werd verlaagd naar €907,74. Eiser stelde dat hij niet verwijtbaar handelde en dat de boete onterecht was, onder meer vanwege vermeende schending van de hoorplicht en onjuiste toepassing van de gehuwdennorm.
De rechtbank oordeelde dat de schending van de inlichtingenplicht vaststaat en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht had op bijstand zonder deze schending. De verwijtbaarheid werd als normaal beoordeeld, wat leidt tot een boete van 50% van het benadelingsbedrag. Orionis matigde de boete vanwege de maximale wettelijke boetebedragen en de fictieve draagkracht van eiser, waarbij rekening werd gehouden met de gehuwdennorm.
De rechtbank vond dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiser voldoende gelegenheid had om zijn standpunt toe te lichten. De boete is passend en binnen de wettelijke kaders vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard en de boete van €907,74 bevestigd.