Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2022 in de zaak tussen
1. [naam eiser 1] en [naam eiser 2] en
[plaatsnaam], eisers
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers, buren van een zorgwoning, maakten bezwaar tegen de verleende omgevingsvergunning en verzochten het college handhavend op te treden tegen de bouw en het gebruik van de zorgwoning. Het college wees het handhavingsverzoek af omdat er geen overtreding was geconstateerd. Eisers stelden dat het gebruik van de zorgwoning niet past binnen de woonbestemming van het bestemmingsplan en dat het college had moeten handhaven.
De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep, waarbij werd vastgesteld dat het beroep ontvankelijk was ondanks een eerdere intrekking en herroeping daarvan. Vervolgens oordeelde de rechtbank inhoudelijk dat de omgevingsvergunning voor bouwen ook het gebruik als zorgwoning omvatte en dat het college had vastgesteld dat dit gebruik niet in strijd was met het bestemmingsplan. Eisers hadden de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de vergunning, maar hadden dit te laat gedaan, waardoor de vergunning onherroepelijk was geworden.
De rechtbank stelde vast dat het huidige gebruik van de zorgwoning niet afwijkt van het aangevraagde gebruik en dat het beroep daarom ongegrond is. Het college heeft terecht geweigerd handhavend op te treden. Eisers krijgen geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. Het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van handhaving wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.