ECLI:NL:RBZWB:2022:3673
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 6 oktober 2021 over de definitieve compensatie kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet binnen de wettelijke termijn van twaalf weken beslist op dit bezwaar. Eiseres stelde de Belastingdienst op 13 mei 2022 in gebreke en startte vervolgens beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Hoewel de Belastingdienst om een langere termijn van elf weken vroeg vanwege de grote hoeveelheid bezwaren en de complexiteit van de afhandeling, acht de rechtbank een termijn van tien weken na verzending van de uitspraak redelijk.
De rechtbank draagt de Belastingdienst op binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000, voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen tien weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.