Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 27 juli 2023 een termijn van twee weken had gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500, conform het landelijke beleid. Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom vanwege capaciteitsproblemen, maar dit verzoek wordt afgewezen.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding aan eiseres van in totaal €488,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.