ECLI:NL:RBZWB:2022:3797
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiseres ontving sinds 2012 een bijstandsuitkering en werd op grond van anonieme tips en een sociaal rechercheonderzoek verdacht van het verrichten van werkzaamheden zonder dit te melden. Het college trok daarop de bijstand over juni tot en met augustus 2020 in en vorderde het bedrag terug. Eiseres betwistte dat zij in juni en juli 2020 werkzaamheden in het restaurant van haar moeder verrichtte en stelde dat het college vooringenomen was.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van eiseres tegenover de sociale recherche minder bewijskracht had omdat deze niet was ondertekend, en dat de anonieme tips geen zelfstandige bewijsmiddelen vormden. Er was onvoldoende grondslag om aan te nemen dat eiseres in juni en juli in het restaurant werkte. Wel was er voldoende bewijs dat zij schoonmaakwerkzaamheden bij vriendinnen verrichtte, wat zij ook niet had gemeld, waardoor zij de inlichtingenplicht schond.
De rechtbank concludeerde dat het college terecht overging tot intrekking en terugvordering van de bijstand. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij recht had op bijstand indien zij wel aan haar meldingsplicht had voldaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van haar bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.