ECLI:NL:RBZWB:2022:4558
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoek dividendbelasting buitenlands beleggingsfonds
Belanghebbende, een buitenlands beleggingsfonds, verzocht om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2008 en 2009. De inspecteur wees deze verzoeken af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht de verzoeken afwees, mede gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad die bepaalt dat buitenlandse beleggingsfondsen niet automatisch recht hebben op teruggaaf via de regeling van de afdrachtvermindering. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij voldoende vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling, vooral vanwege het ontbreken van inzicht in het aandeelhoudersbestand en de dooruitdelingseis.
De rechtbank zag geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie of om af te wijken van de Hoge Raad-arresten. Ook werd geoordeeld dat er geen recht bestaat op vergoeding van rente over de ingehouden dividendbelasting. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van het buitenlandse beleggingsfonds tegen de afwijzing van teruggaaf van dividendbelasting wordt ongegrond verklaard.