ECLI:NL:RBZWB:2022:5192
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar studiefinanciering en proceskostenvergoeding
Eiser had studiefinanciering aangevraagd voor augustus tot en met december 2021. De minister wees de aanvraag voor oktober tot en met december 2021 af wegens niet voldoen aan de nationaliteitseis, maar kende studiefinanciering toe voor augustus tot en met december 2021 in een later besluit op dezelfde datum. Eiser maakte bezwaar tegen het afwijzend besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het toewijzend besluit al tegemoet kwam aan zijn bezwaren.
Eiser stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en verzocht om vergoeding van de proceskosten in bezwaar. De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk is in zijn beroep omdat hij belang heeft bij de beoordeling van de niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank stelde vast dat eiser uit de volgorde van berichten in Mijn DUO en de vermelding van toegekende studiefinanciering had kunnen afleiden dat het toewijzend besluit het geldende besluit was.
De rechtbank vond dat de minister niet verplicht was om de proceskosten te vergoeden omdat het bezwaar niet tot herroeping van het afwijzend besluit had geleid en de kosten niet redelijkerwijs gemaakt hoefden te worden. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand zonder vergoeding van proceskosten.