Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde entiteit, verzocht om teruggaaf van dividendbelasting over het jaar 2016. De inspecteur wees dit verzoek af, waarop belanghebbende bezwaar maakte. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het beroep ongegrond is.
De rechtbank overwoog dat het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 van toepassing is op teruggaafverzoeken vanaf het boekjaar 2008. Volgens de Hoge Raad wordt het vrije verkeer van kapitaal niet belemmerd door het feit dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering, omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn voor dividendbelasting in Nederland.
Daarom bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting voor belanghebbende en evenmin recht op rentevergoeding over de ingehouden belasting. De rechtbank zag geen reden om het beroep aan te houden in afwachting van andere procedures en wees het beroep definitief af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om teruggaaf van dividendbelasting is ongegrond verklaard.