ECLI:NL:RBZWB:2022:5589
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling subsidie NOW-1 aangepast wegens lagere loonsom en omzetverlies
Eiseres maakte bezwaar tegen de definitieve subsidievaststelling van de NOW-1-regeling, waarbij de minister de subsidie op nihil had vastgesteld en het betaalde voorschot van €31.962 terugvorderde. De lagere vaststelling was gebaseerd op een lager omzetverlies dan ingeschat en het vertrek van twee medewerkers vóór de subsidieperiode, waardoor de loonsom lager was dan op de peildatum.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte artikel 4:46, tweede lid, onder a, van de Awb als grondslag gebruikte, omdat de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend (doorbetaling werknemers in de subsidieperiode) wel hebben plaatsgevonden. Ook het beroep op artikel 4:46, tweede lid, onder b, faalt omdat eiseres zich aan de inspanningsverplichting heeft gehouden om personeel te behouden.
Wel is artikel 4:46, tweede lid, onder d, van de Awb van toepassing, omdat de subsidieverlening gebaseerd was op onzekere factoren zoals omzetverlies en loonsom. De minister had echter een belangenafweging moeten maken, waarbij het belang van eiseres om een rechtvaardige subsidie te ontvangen zwaarder weegt dan het uitvoerbaar houden van de regeling.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt de subsidie vast op €10.310, waarmee de extra korting wegens de verlaagde loonsom komt te vervallen. De terugvordering moet door de minister worden aangepast en het teveel betaalde bedrag aan eiseres worden terugbetaald. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en stelt de subsidie vast op €10.310.