ECLI:NL:RBZWB:2022:5633
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen wijziging geslachtsnaam minderjarige dochter
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Rechtsbescherming om de geslachtsnaam van zijn minderjarige dochter te wijzigen. De minister had de wijziging toegewezen op grond van het Besluit Geslachtsnaamswijziging, omdat eiser niet meer dan een vierde deel van de verzorgingstermijn in gezinsverband met zijn dochter had samengeleefd.
Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met zijn situatie, waaronder het feit dat de moeder hem weg probeert te houden tijdens een omgangsprocedure, en dat het belang van zijn dochter bij het kennen van haar vader onvoldoende was meegewogen. Ook stelde hij dat de minister ten onrechte geen gewicht had toegekend aan de omgang in de periode 2012-2015.
De rechtbank oordeelt dat op basis van de Basisregistratie Personen eiser slechts 206 dagen in gezinsverband met zijn dochter heeft samengeleefd, wat ruimschoots minder is dan het vereiste kwart van de verzorgingstermijn. Eiser heeft geen tegenbewijs geleverd. De rechtbank volgt de minister in zijn belangenafweging en stelt dat de omgangsprocedure losstaat van de beoordeling van het verzoek tot geslachtsnaamswijziging. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de wijziging van de geslachtsnaam van zijn dochter wordt ongegrond verklaard.