ECLI:NL:RBZWB:2022:5654
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen hoogte bijstandsuitkering met niet-rechthebbende partner in het buitenland
Eiser, met Turkse nationaliteit en een verblijfsvergunning asiel, diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet. Hij is gehuwd, maar zijn echtgenote woont in België en is niet-rechthebbende partner. Het Werkplein kende hem een bijstandsuitkering toe op basis van 70% van de gehuwdennorm, waarbij de inkomsten van zijn echtgenote boven deze norm in mindering werden gebracht.
Eiser voerde aan dat hij duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote en dat de bijstand daarom als alleenstaande zou moeten worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven, omdat uit de feiten blijkt dat er geen ondubbelzinnige intentie is tot blijvende verbreking van de echtelijke samenleving en dat samenwonen niet onmogelijk is.
Verder stelde eiser dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat de berekening van de bijstand onjuist was. De rechtbank vond dat het Werkplein voldoende onderzoek had gedaan en dat de berekening in overeenstemming was met de Participatiewet en jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het Werkplein. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van bijstand op 70% van de gehuwdennorm met verrekening van het inkomen van de niet-rechthebbende partner blijft in stand.