ECLI:NL:RBZWB:2022:5883
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering uitbetaling WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Eiser heeft op 1 december 2020 een aanvraag ingediend voor een WW-uitkering met ingang van die datum. Het UWV heeft vastgesteld dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden omdat hij zelf het initiatief tot beëindiging van zijn dienstverband heeft genomen, onder meer doordat hij niet op het werk verscheen en de woon-werkafstand te groot vond.
Eiser betwist dit en overlegt een verklaring van zijn ex-werkgever waarin sprake is van beëindiging met wederzijds goedvinden en een transitievergoeding, evenals screenshots van een Whatsapp-gesprek waarin de werkgever bevestigt dat eiser niet zelf ontslag heeft genomen. De rechtbank oordeelt dat de reden van werkloosheid bepalend is en niet de ontslagroute, en dat de verklaring niet doorslaggevend is.
De rechtbank stelt vast dat het UWV voldoende onderzoek heeft gedaan, waaronder telefonisch contact met eiser en zijn ex-werkgever en het meenemen van relevante documenten. Er zijn geen zwaarwegende bezwaren gebleken die het verwijt aan eiser wegnemen. Daarom is het besluit van het UWV dat de WW-uitkering niet wordt uitbetaald terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat de WW-uitkering niet wordt uitbetaald wegens verwijtbare werkloosheid.