ECLI:NL:RBZWB:2022:5884
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitbetaling WW-uitkering over periode te ver in het verleden
Eiseres was vanaf 1 mei 2019 ziek gemeld vanuit een WW-uitkering en ontving daarna een Ziektewetuitkering. Het UWV besloot de WW-uitkering voort te zetten vanaf 1 juni 2020, maar betaalde deze niet uit over de periode tot en met 13 september 2020 omdat de aanvraag pas op 15 maart 2021 werd ingediend, wat meer dan 26 weken na die periode was.
Eiseres voerde aan dat zij niet wist dat zij hersteld werd geacht en niet op de hoogte was van de termijn voor het aanvragen van de WW-uitkering. Zij stelde dat het UWV haar belangen onvoldoende had afgewogen. De rechtbank oordeelde dat onwetendheid over de termijn onvoldoende is voor een bijzonder geval en dat het UWV niet verplicht was de termijn expliciet te vermelden in eerdere besluiten.
De rechtbank stelde vast dat eiseres ook eerder was aangesproken op te late aanvragen en dat zij contact had gehad met het UWV over het aanvragen van de WW-uitkering. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de uitkering niet heeft uitbetaald over de betreffende periode en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering over de periode 1 juni 2020 tot en met 13 september 2020 wordt niet uitbetaald.